SLUIT BROWSER

 

Waarom het gevaar bewust opzoeken?

Egypte lag bijna achter ons. We vlogen pal zuid, de felle zon recht in onze gezichten. Captain Sanne Lugoj vloog twee medische teams vanuit Schiphol naar Darfur. Dertig specialisten zaten achterin tezamen met kisten vol medicijnen en apparatuur. Sanne is net veertig en wat mij betreft op haar mooist. Kittig zwart koppie met fijne, gelijkmatige trekken. Sexy, met haar Ray Ban, witte shirt met korte mouwen, en haar gebronsde armen, toonbeeld van zelfvertrouwen. Met Sanne zou ik... Maar ja, tussen droom en daad...

 

Gokken met het noodlot.

Ik vloog als copiloot. Bestemming: El Fasher, op de grens van Noord- en Zuid-Soedan zo’n zesentwintig graden oosterlengte. Christenen en Islamieten lopen elkaar daar al een tijdje de hersenen in te slaan om een stukje landbouwgrond. Met enige regelmaat vliegen we hulpgoederen voor de arme donders die er de dupe van zijn. We vlogen op tien kilometer hoogte. Sanne knikte naar het radarscherm: “We krijgen gezelschap, Richard..”

 

Tegenligger.

Ze zei het op een toon die mij m’n spieren deed spannen. Vrijwel tegelijkertijd informeerde een nauwelijks verstaanbare Egyptische verkeersleider ons: “Opposite traffic... unidentified... twelve o’clock...” “Het is géén jager, zo te zien, eerder een trage transportkist; wat denk jij Richard?” Ik keek op van mijn kaart. “Hij moet sowieso oproepen, hij kan elk moment het Egyptische luchtruim enteren...” Géén oproep. Geen contact. Vreemd. Geen idee wie of wat ons tegemoet vloog. De verkeersleiding adviseerde ons te klimmen naar elf kilometer. Daar voelden we weinig voor: wij hadden net besloten om rustig de daling in te zetten naar El Fasher. Een onbestemd gevoel van onbehagen bekroop me.

 

Geen wegwijzers.

Afrika heeft grote problemen met de verschillende instanties die het luchtverkeer boven het continent moeten leiden. Weliswaar plaatsen hulporganisaties, de Verenigde Naties en Europese instanties, radarstations om dat werk te ondersteunen. Maar corrupte lieden verkopen de brandstof en de aggregaten die er op moeten draaien en verpatsen de opbrengst in de nachtclubs van Parijs.

Over grote gebieden is geen sprake van luchtverkeersleiding. Na Egypte hield het op, moesten we het zelf uitzoeken. Piloten die regelmatig over Afrika vliegen, kennen het probleem, ze proberen het onderling op te lossen door over en weer contact te houden en te zorgen dat ze bij elkaar uit de buurt blijven.

 

Eigen inzicht.

Met een: “laat maar kletsen, we gaan zakken!” legde Sanne het advies van de Egyptische verkeersleider naast zich neer. “Klimmen we, dan kijken we tegen onze eigen neus aan en zien we niet wat er op ons af komt, zakken we, dan zien we misschien die kist afsteken tegen de blauwe lucht,” lichtte zij haar beslissing toe. Hoewel, de visuele omstandigheden waren niet best. Stof, zand in de atmosfeer en tegenlicht beperkten het zicht tot hooguit een kilometer of twee.

Je nadert elkaar met méér dan duizend kilometer per uur, tijd om te ontwijken is er op het laatste moment niet. Ik nam de motorhendels terug en duwde de controls naar voren. Ik voelde mijn gezichtspieren verstrakken. Sanne zag mijn aarzeling. “Waarom verleggen we onze koers niet..?” stelde ik voor. “Zakken met die bak, Ries!”

 

Hallucinaties.

We scanden continu de wazige lucht. De situatie wekte een gevoel van vervreemding op. Ik raakte in een soort trance. Het was alsof ik uit mezelf trad, een onwezenlijke sensatie. Ik zag hoe ik naast het vliegtuig meevloog en naar binnen keek... Ik zag mezelf in mijn stoel zitten naast de vrouw die ingespannen naar buiten tuurde. Ineens kreukelde de cockpit in elkaar. Brokstukken spatten naar alle kanten. Sanne’s wijd opengesperde ogen verdwenen in de ruimte.

Ik schrok op uit deze sinistere verbeelding, verkrampt op mijn plek, naast Sanne die rustig, onafgebroken het luchtruim afzocht. Hoe lang had dit geduurd? Minuten lang? Een paar seconden? Mijn adem ging veel te snel, mijn hart klopte als bezeten, ik zweette als een otter, staarde in de smog en hield automatisch de neus van ons toestel omlaag gericht. Mijn adem ging nog steeds veel te snel. In mijn verbeelding zag ik de tegenligger opdoemen, zag een reusachtige vliegtuigbuik over ons heen scheren...

 

Wachten op het noodlot.

“Are you climbing?” hoorde ik de verkeersleider in mijn head set. “Negative!” beet Sanne in haar microfoon. Ze bleef vastbesloten. “Als onze tegenligger zich aan de standaard separatie houdt, is er niets aan de hand. Maar ik heb zo het idee dat het om een toestel gaat dat zich bewust niet aan regels houdt.” De spanning in de cockpit steeg. Je dendert met twee enorme, logge bakken op elkaar af. Twee zware machines op ramkoers, die op het laatste moment niet snel even van richting kunnen veranderen. Ik zag het vóór mij als een vertraagde scène. Starend in het grauwe niets, wachtend op het gebulder van vier zware motoren en op de impact. Behalve het vertrouwde suizen in onze cockpit hoorde ik niets.

Kon ik maar uitstappen! Landen, eruit, wèg, wat doe ik hier, hoog in de lucht? “Die cowboy heeft nog geen contact opgenomen met Egypte,” merkte Sanne op. Haar handen vouwden zich om de stuurknuppel. “Die kist zit hier natuurlijk illegaal, covert action of zoiets, wil onbekend blijven... èn hij wil natuurlijk klimmen, zo hoog mogelijk door het Egyptische luchtruim, dàt is mijn inschatting.” Ze keek mij aan, wat ìk er van dacht, zag mijn ontreddering.“We roepen die prutser op!”

 

Niemand thuis.

Sanne stemde af op 123,75: “aircraft over Darfur heading north, report altitude...” Stilte. Ik drukte de neus van ons toestel verder omlaag. Mijn hart klopte in mijn keel. Zwarte vlekken dansten voor mijn ogen. Ik was bang mijn bewustzijn te verliezen. Vertigo zou me afmaken. Ik voelde me onbekwaam, zat er bij als een diepvrieskip. “Rustig! Ontspàn,” beval ik mezelf. “Haal diep adem, paniek gaat over,” hield ik mezelf voor. “Waarom down, Sanne?’ piepte ik met een schelle stem. “Iedereen wil ons “up” hebben, waarom per sé naar beneden? Beneden is het oorlog. Daar zijn idioten met Stingers die ze met plezier in je reet rammen.” Stoïcijns bleef Sanne de lucht afzoeken, haar handen evenals ik om de stuurknuppel, klaar om zo nodig een geweldige zwieper naar rechts te geven. Sanne bleef geconcentreerd, professioneel. Een flauwe glimlach om haar lippen. Door haar rustige houding voelde ik me langzaamaan kalmer worden. Ik slikte. Zij wees naar beneden. “Lager Richard, lager..”

 

Lager.

Met de motoren stationair, neus omlag, jakkerden we op de aarde af. De hoogtemeter draaide rondjes op record niveau. Vijf kilometer. Ik trok de kist recht. En toen verdween de zon. Heel kort. Het was alsof iemand het licht uit- en meteen weer aan draait. Het kon niets anders zijn geweest dan iets heel groots dat over ons heen vloog! Een paar seconden later werd onze kist door elkaar geschud door de wake van het toestel dat ons passeerde. Sanne veerde op: “Dat was ‘m! Precies op onze route!” Daarbij keek ze, alsof... nu ja, het leek wel of ze een orgasme had, ik kan het niet anders uitleggen.

We stabiliseerden het vliegtuig. Met trillende handen bracht ik de motoren in hun normale stand, trimde het toestel nauwkeurig af, bracht alles in balans, langzaam maar zeker óók mezelf. Gaandeweg realiseerde ik me: regelmatig slip ik langs de rauwe randen van het bestaan, maar het is wèl mìjn bestaan, mìjn leven dat dan op het spel staat. Wen er maar aan. Uit pure bevrijding stuurde ik onze prachtige machine met, woeste kreten ruw naar rechts, en naar links. Sanne lachte. Zij begreep. Die avond in Darfur vertelde ze mij waarom ze niet eenvoudig van koers had willen veranderen om de naderende kist te ontwijken. “Ik krijg zò’n ongelooflijke kick van het gevaar, het geeft een rush die met niets valt te vergelijken...” Ze keek mij aan met een blik die aan duidelijkheid niets te wensen over liet...

 

SLUIT BROWSER

©LeTigre b.v. All Rights Reserved - Nuyten Communicatie - Webdesign Holland