SLUIT BROWSER

 

Wanneer de captain Johnny Walker heet.

De passagiers stapten het vliegtuig in waar ze één voor één door Anton verwelkomd werden. Het zou een routine-vlucht naar Rhodos worden met mij als copiloot. Voor ik naar mijn plaats in de cockpit ging, bekeek ik een ogenblik de instappende vakantiegangers. Er was nog alle tijd en het was altijd erg leuk om Anton aan het werk te zien. Anton was geboren voor dit vak. Fris, energiek, helemaal gericht op de ander. Onder elkaar zeggen we altijd: “Bij Anton begint je vakantie...” zo’n type dus.

 

Meer kapot dan je lief is.

Captain John was in een “jofele” bui toen hij zich op zijn stoel in de cockpit liet zakken. Grote gebaren en een overdreven buiging: ‘Hé...U hier?’ “Ach, Ik moet toevallig ook die kant op.’ Met een knipoog pareerde ik zijn plaagstootje. Plotseling zag ik vanuit mijn ooghoek dat Anton van zijn charmante verwelkomingen overging op een formele manier van begroeten. Hij was ernstig in gesprek met een instappende dame. Het was iemand met gezag, dat was duidelijk. Zij droeg een aktetas onder de arm en gebaarde naar onze captain. ‘Die man? Die zag ik in de vertrekhal aan de bar zitten met collega’s...”

 

Colaatje?

“Is dat onze vlieger? Die man is onder invloed!’ Anton manoeuvreerde haar behoedzaam opzij, zodat andere passagiers konden doorlopen. Nieuwsgierig kwam ik uit mijn stoel. ‘Natuurlijk niet mevrouw,’ zei Anton, ‘natuurlijk is dat niet het geval...’ Even wist hij niet zo goed wat hij moest zeggen. Het overtuigde niet. ‘Ik zàg het toch.’ hield ze vol. Haar hoofd draaide naar mij, ‘of bent U de piloot?’ ‘Jazeker mevrouw, tot uw dienst,’ glimlachte ik op mijn best. ‘Die andere piloot heeft net zitten pimpelen aan de bar,’ zei ze gedecideerd, ik heb het goed gezien.” ‘U moet zich echt vergissen mevrouw, dat gebeurt nooit,” reageerde ik. ‘Ik zàg het toch,” herhaalde ze nadrukkelijk. ‘En ik ben niet gek meneer.”

”Dàt geloof ik direct,” probeerde ik haar te kalmeren. “Ik ben sportarts. ik ben getraind in het beoordelen van menselijk gedrag.’ ‘Mevrouw, ik twijfel niet aan uw waarnemingsvermogen, maar ik denk dat het hier kennelijk gaat om een persoonsverwisseling. In dit uniform zien wij er allemaal ongeveer hetzelfde uit en op een afstandje...”

 

Twaalf uren droog.

Ik zag haar twijfelen en maakte van het moment gebruik om haar discreet bij de arm te nemen. ‘Ik neem u uiterst serieus. Als u wilt, komt u dan vóór we straks vertrekken even bij mij naar voren. Maar wilt u dan nu eerst uw plaats innemen? We moeten het instappen niet te veel belemmeren, dan spreek ik u dadelijk, dat beloof ik U.’ Zwijgend zocht ze haar plaats op.

Anton keek me veelbetekenend aan. John was inmiddels luid neuriënd begonnen met de take off checks. ‘Bijzonderheden?” zij hij met een olijk gezicht. ‘No sir,’ ik nam hem scherp op. Natuurlijk wordt er gedronken. Iedereen neemt wel ’s een glaasje. Ook in de vliegerij. Maar niet vóór je moet vliegen. En tijdens al helemaal niet. Geen druppel, “twelve hours from bottle to throtle”, is zo’n beetje de vuistregel.

 

Johnnie Walker.

En John? Ik weet, dat hij hem soms flink kan raken. Als we ergens dagenlang moeten rondhangen... nòu... Maar als hij moet vliegen? No way! Dat rare mens van daarnet... Benieuwd of ze nog naar voren komt straks. Even keek ik opzij naar John. Vervelend, alsof je je makker niet vertrouwt door één opmerking van een passagier. Spoedig werden we volledig in beslag genomen door ons werk, maar het intermezzo met de dame bleef knagen. ‘Oh ja, John, een klein dingetje. Zonet was er een passagier die denkt dat we onder invloed zijn.’ ‘Wat? Gedronken? Belachelijk!’

Zijn reactie was duidelijk iets vertraagd. Had hij er even over nagedacht? Of werd ik paranoïde? ‘Bezopen,’ vulde John jolig aan, ‘gelul. Wie was het eigenlijk?’ “Dame, jaar of vijftig, lange jas, aktentas...’ Ik realiseerde me dat zo’n aantijging in principe je carrière kan verwoesten. ‘Ze komt trouwens zo meteen naar voren, ze is keuringsarts.’ John schrok. ‘Keuringsarts’? “Sorry, ik vergis me, sportarts.’ Johns gezicht verstrakte. ‘En ze komt zo hierheen? Wat is dat voor onzin. Ga maar naar haar toe, ik moet dat mens niet hebben in de cockpit; en hou haar koest. Ga desnoods bij haar op schoot zitten. Ik wil haar niet voorin. Ben je belazerd...’

 

Telefoontje.

John klonk boos. Het leek me goed om het initiatief te nemen. Ik stond op en liep naar Anton die met verve het vast- en losmaken van de stoelriemen demonstreerde. “Anton, die mevrouw van daarnet, je weet wie ik bedoel? Niet kijken!’ Hij keek me samenzweerderig aan.

Mooi, ik had zijn medewerking; moordgozer. ‘Ze denkt dat ze John aan de bar zag zitten pimpelen.” ‘Ze vergist zich natuurlijk,’ zei Anton, ‘toch?’ Op hetzelfde moment zag ik de dame in haar mobiel praten. Dàt zag er uit als een probleem. Anton had het ook gezien. ‘Zal ik haar vragen om hier te komen? We moeten er sowieso iets mee.’

Het leek me goed om haar daar weg te halen bij de overige passagiers. Anton beende naar rij zes. De mevrouw keek hem strak aan, haar buurvrouw luisterde mee, hevig geïnteresseerd. Vanuit de rij ervoor draaiden mensen zich om. Kennelijk had de dame haar idee rond gebazuind en dat ging nu als een lopend vuurtje rond. Anton fluisterde: ‘ze heeft de Marechaussee gebeld.’

 

Blazen.

Ik liep snel terug naar de cockpit, om met John te overleggen. Kwalijk, zo vlak voor het begin van een vlucht. John ging gewoon door met de vertrekprocedure. ‘Ze heeft de Marechaussee gebeld.” Achter me klonk gestommel. Ik keek om. Blauwe uniformen, petten, wapens, boeien. ‘Goedemiddag heren, excuus dat we storen. We hebben opdracht om een tip te verifiëren.’ John keek hen met een stalen gezicht aan. Ik zweeg. ‘De melding is... maar laat ik me eerst even voorstellen. Ik ben hoofdwachtmeester Bartels, afdeling Marechaussee belast met de veiligheid op en rond de platformen.’ John en ik knikten. ‘De melding is dat er aangeschoten piloten zouden zijn die dit vliegtuig besturen.’ Hij glimlachte verontschuldigend. ‘Wij zijn helaas verplicht een blaastest af te nemen, eventueel gevold door urine- en bloedonderzoek. Nogmaals excuses, u kent de regels... Eerst, met alle respect, moet ik het officieel vragen: heeft u voorafgaand aan dit moment alcohol of een andere stof die het functioneren kan beïnvloeden, tot u genomen?’

 

Pineut.

Ik zag Johns mond half open gaan. ‘Absoluut niet meneer,” zei ik snel. ‘Mooi. U heeft geen bezwaar tegen een blaastest? U begrijpt...” Ik blies. Toen was John aan de beurt. De wachtmeester zag het meteen: ‘ik loop met umee naar de hal.’ Hij stond op en begaf zich naar de uitgang van het vliegtuig. Ik was totaal uit het veld geslagen. “Anton, godsamme dòe iets!” Vastberaden zette hij zijn pet op en volgde de kleine stoet naar de uitgang. Hij liet zijn captain niet alleen. Wat later was hij terug. Hij keek me strak aan. ‘Er komt een vervanger.” Ik werd koud. Stil stonden we bij elkaar, we lieten tot ons doordringen dat we zojuist een geweldige collega hadden verloren.

SLUIT BROWSER

©LeTigre b.v. All Rights Reserved - Nuyten Communicatie - Webdesign Holland