SLUIT BROWSER

 

Boven de vulkaan

Nacht. Onze Jumbojet met ongeveer driehonderd passagiers aan boord, was op weg naar Brisbane-Australië. Plotseling, met Jakarta nauwelijks een uur achter ons, op tien kilometer hoogte boven de Indische Oceaan vonkten geheimzinnige lichtjes om ons vliegtuig heen. Waar de bizarre vonken onze ruiten leken te raken, ontstonden lange lichtsporen. Steeds groter werden de lichtjes, die vervolgens wegflitsten en in het donker verdwenen. “Wat is dìt...?” mompelde copiloot Norman tegen de lege stoel naast zich. De captain was even naar achteren. “...elektriciteit uit de ruimte? Meteoren? Dit heb ik nog nooit gezien.” Bas, onze boordwerktuigkundige, keek met open mond naar de verschijnselen: “Sterretjes?” opperde hij. “Minibliksems, iets van boven...?” Ongeloof tekende zich af op zijn half Indische gezicht.

 

Vuurwerk? Zò hoog?

Ik was als student van de luchtvaartschool aan boord om ervaring op te doen. Ik stond op het punt de belangrijkste les uit mijn leven te leren. Achter in de cockpit hield ik mijn handen voor m’n ogen om te controleren of ik de vonken zo ook zag. Als ik m’n handen wegnam, zag ik de lichtsporen weer voorbij razen. De captain kwam terug in de cockpit: “Wat hebben we hier?” Hij schrok en dat verontrustte me. Deze door de wol geverfde vlieger had volgens mij absoluut alles al gezien. Gedrieën staarden we naar de voorbij-jagende vonken. Duizenden lichtende strepen joegen over de ruiten, onverklaarbaar geraas vulde de cockpit. Door de zijruiten naar achteren kijkend, zagen we vlammetjes, een gloed, rondom het vliegtuig. Rook ik de geur van zwavel?

 

Visioen van de hel.

“St. Elmo’s vuur?” opperde Bas, onze boordwerktuigkundige. Bij problemen met de apparatuur ziet deze specialist er niet tegenop om het hele systeem te herprogrammering, maar St. Elmo’s vuur? Dat gaat gepaard met ijs en onweer, zòveel wist ik wel. Op de radar was daar niets van te zien. Ook buiten, met ons blote oog, namen we dat niet waar. Onze onzekerheid groeide met de toenemende caleidoscoop aan verschijnselen. “Motor nummer vier houdt er mee op!” riep Bas naar de vliegers voorin. De captain leek uit zijn evenwicht gebracht. Zonder enig idee of het uitvallen van de motor wellicht verband hield met de vreemde verschijnselen buiten, besloot hij de motor veiligheidshalve af te sluiten. Ondanks het beangstigende lichtspektakel was ik heimelijk opgetogen. Een echte emergency! Wie maakt dat mee? De meeste vliegers overkomt het in werkelijkheid nooit. “Emergency checklist. We zetten nummer vier af,” besliste de captain. Hij las hardop: “Thrustlever: Close. Start lever: Cutoff. Auto throttle: Disengage. Generator breaker: Tripped. Bleed air valve: Close. Engine ignition: Off. Nacelle anti-ice: Off...” De herrie om ons heen bleef op volle sterkte. “Restart...!” vervolgde de captain. “Fire switch: On. Thrust lever: Close. Start lever: Cutoff. Fuel pressure: Available. Bleed air: Open. Engine ignition: Flight start. Start lever: Idle...” Nummer vier zweeg. De vliegers staarden naar de instrumenten. Toen naar elkaar. “Nummer drie is uitgevallen!”, schreeuwde Bas. Nauwelijks had hij dat gezegd, hij zat nog half naar voren gedraaid, of hij riep verbijsterd: “De twee andere motoren zijn óók gestopt!” Daar hingen we. Motoren uitgevallen, midden in de nacht, ver boven open zee, met honderden niets vermoedende passagiers achterin. Geen idee over de oorzaak.

 

Overal vlammen.

Hoe kón het bestaan, zo’n modern, goed onderhouden vliegtuig! Het ging er bij mij niet in. Ze haalden een geintje uit met mij, de nieuwkomer. Passeerden we de evenaar? Maar dit was géén geintje. Buiten gingen de onwerkelijke lichtshow en het geraas dóór. Overal dansten kleine vlammen. Het vliegtuig leek in brand te staan. Aan de gezichten van de bemanningsleden zag ik dat het menens was. Ik bestond niet voor ze. De motoren bleven uit. Ons grote vliegtuig zette onvermijdelijk de daling in, richting Indische Oceaan. De hoogtemeters telden af! Dit was zó onwerkelijk. De betekenis van de situatie drong niet tot me door, ik bleef merkwaardig koel en kalm. Het werd donker in de cockpit, noodlampen floepten aan. Een aantal instrumenten werkte niet meer.

 

Overal water.

“Herstart motoren,” beval de captain, alsof de verschijnselen niet bestonden. “Fire switch: In...” Nauwkeurig werkte de bemanning opnieuw de checklist af. De motoren bleven stil, de motorinstrumenten onbeweeglijk. Onze Jumbo zakte onverbiddelijk richting oceaan. “We gaan terug naar Indonesië,” besloot de captain terwijl hij de koers naar het noorden verlegde. “We kunnen dat zwevend halen. Desnoods lozen we nog wat brandstof. Herstart de motoren,” herhaalde hij. “What have I missed; what have I done wrong,” hoorde ik hem half hardop zeggen. De uitdrukking op zijn gezicht maakte de ernst van de situatie duidelijk.

 

Naar de haaien.

Opnieuw klonk het door de cockpit: “Fire switch: In...” Gedisciplineerd voerde de bemanning opnieuw de procedure uit. Begeleid door het ellendige geraas en de vonkenregen begon het vliegtuig aan de lange glijvlucht richting Indonesië. Ik werd nù echt bang. De crew tastte in het duister, wist geen oplossing. Doorgaan met de standaard procedures was de enige optie. Ik kreeg het steeds meer op mijn zenuwen. “Steeds die stomme klote rijtjes... verzin ‘es iets anders,” dacht ik. Dit wordt een ramp. “Doe wat!” wilde ik roepen, maar ik bracht alleen wat gepiep voort. “Fire switch: In...”

 

Méér problemen.

Een ongeluk komt nooit alleen. De zuurstofvoorziening naar de copiloot begon te haperen. Omdat de motoren gestopt waren, verminderde de druk in ons vliegtuig. Zou de copiloot het bewustzijn verliezen? Moest ik inspringen? Maar ik kon niks! En de passagiers…? De enige manier om het zuurstoftekort aan te vullen, was versneld naar beneden. Naar dikkere lucht op lagere hoogte. Maar hoogte inleveren betekende minder tijd om te zweven, betekende afstand inleveren. We zouden in zee storten. De captain drukte resoluut de neus van het toestel naar beneden. Ik kreeg een déjà vu. In het verleden was ik met een zweefvliegtuig tegen de grond geklapt. Dat geluid, die klap op mijn kop... die pijn! Het zou weer zo gaan! Alleen zou ik het nù niet navertellen. De snelle daling loste het probleem met de luchtdruk op. De copiloot groef hardop in zijn handboek op zoek naar wat er fout kon zijn gegaan. Iets moest over het hoofd gezien zijn. De captain hervatte de procedure: “Fire switch: In...” Nutteloos gedoe. Hou toch op, stelletje wezenlozen. Op tien kilometer hoogte waren de motoren gestopt, inmiddels hadden we zeven kilometer ingeleverd. En de zee, de oceaan kwam dichterbij. Ik gaf me moedeloos aan het noodlot over. Een landing op zee, ditchen, werd aangekondigd. “Ladies and gentlemen, we have a problem..,” leidde de captain de situatie in.

 

Kadaverdiscipline.

“Fire switch: In..” Voor de zoveelste keer werd dat rijtje opgedreund, toen de vuurregen en het kabaal ineens ophielden en motor nummer vier tot leven kwam! Op die ene motor konden we hoogte houden, wist ik! We hadden een kans! Het onafgebroken toepassen van de procedure had gewerkt! En het werd nog beter. Consequent werd de procedure herhaald. Eén voor een startten ook de andere motoren. De opluchting was groot. Langzaam klommen we naar veiliger hoogte. Met hernieuwd vertrouwen koersten we richting Indonesië. Op grotere hoogte, begonnen de lichtsporen en het geraas opnieuw en wéér viel motor vier uit. Bovendien kwam er een brandmelding voor nummer vier! Ik kon er niet meer tegen. Als een vaatdoek hing ik in mijn klapstoeltje. Met dezelfde discipline sloot de captain de motor weer af! “Sukkels, laat draaien dat kreng,” wilde ik roepen, “wel of geen fik, wat maakt het uit! Op drie motoren vlogen we naar het dichtstbijzijnde vliegveld. Onze beproeving was nog niet voorbij.

 

The Holy Checklist.

Bij de nadering bleek het landingssysteem van het vliegveld onbetrouwbaar. Normaal gesproken zie je de baanverlichting al van veraf en kun je op zicht landen. Maar nu niet. “Ik zie geen draad!” zei de captain. En Norman: “Ik zie ook niks…’ en Bas: “Geen bàl...!” Wat nu weer? Hoe ik mij ook inspande: ik zag óók niets! “Wàt hel en verdoemenis...! Het is alsof we in een donkere tunnel zitten, we moeten toch lichten kunnen zien,” merkte de captain op. “Ontsteek de boordlichten,” riep Norman. ”Lichten zijn aan,” meldde Bas. Buiten was slechts een zwart gat. “Ruitenwissers aan, voorruitverwarming maximaal,” beval de captain. Wachten, intense concentratie, geen zicht. De captain veegde met zijn zakdoek. Geen effect. Plotseling, voorover gebogen naar het dashboard en de ruit, riep de captain: “Ik zie iets als ik langs de rand kijk! De ruiten zijn ondoorzichtig maar langs de zijkant is een doorkijkje.” Zò, door een kier kijkend, loodste hij ons naar het vliegveld. We flikten het! De landing was verder niks bijzonders. Nadat schakelaars op ‘off’ waren gezet en alle geluid was weggevallen, verwachtte ik gejuich en opgetogen reacties van de crew. Maar nee, iedereen bleef gewoon in zijn stoel zitten, als verlamd. De captain: “evacuatiechecklist alstublieft.”

 

Evacuatie.

De copiloot sloeg blaadjes van het vliegtuighandboek om en las hardop voor: "Flaps: Veertig. Speed brakes: Up. Waarschuwingssignaal: Aan. Drukcabine: Af. Melding: Aan passagiers..." Bedaard verzocht de copiloot de passagiers het vliegtuig volgens aanwijzingen van het personeel te verlaten. De reizigers zouden opgevangen worden en snel zouden zij een verklaring voor de gebeurtenissen krijgen. Tot slot wenste hij iedereen een goede reis. Ik wilde juichen van blijdschap maar hield me in. En terwijl de passagiers het vliegtuig hals over kop verlieten, bleef de bemanning onverstoorbaar zitten. Als ijskonijnen haalden ze hun handboeken te voorschijn om na te gaan of ze een mankement konden ontdekken. Wat ging er fout? Als we geen grip op de oorzaak kregen, kon het morgen weer gebeuren. Procedures werden via checklists nagelopen. Elk onderdeel werd gecontroleerd. Er kwam voor mijn gevoel geen eind aan. Maar het was die harde discipline die ons gered had. Ik maakte me onzichtbaar op mijn klapstoeltje. Ik had nog veel te leren.

 

Ashes to ashes…

De volgende dag werd de kwestie duidelijk. We waren een aswolk binnengevlogen, die door de Galunggung vulkaan was uitgestoten. Gloeiende steentjes en as, hadden de motoren verstopt, de ramen ondoorzichtig gemaakt en ons vliegtuig kaal geschuurd. De verkeersleiding had ons niet kunnen waarschuwen: de kurkdroge asdeeltjes reflecteerden de radarsignalen niet. Langzaam drong het besef door hoe dicht we bij het einde waren geweest, Toen pas kreeg ik het ècht benauwd.

SLUIT BROWSER

©LeTigre b.v. All Rights Reserved - Nuyten Communicatie - Webdesign Holland