SLUIT BROWSER

 

De wraak van de inktvis

Mike en ik hadden de hele wereld rondgevlogen met onze grote witte Jumbo. Het laatste ‘been’ lag nog voor ons: Washington – Londen. Daarna zat onze tour of duty er op. De enige handicap op deze reis was de autopilot die was onbetrouwbaar. Heel vervelend maar tijd om het instrument te laten bijstellen was er niet. Desondanks voelden we ons thuis in onze wat bejaarde vliegtuig, vertrouwd als in een oude jas. Het was half acht ‘s avonds. We stonden aan de meteo-balie op Dulles International. Ik had een knagend, opgeblazen gevoel in de maagstreek. De avond tevoren had ik inktvis gegeten. “Mike, ik voel me niet jofel; mijn maag.. die inktvis van gisteren...” “Wat denk je Pat, ben je fit genoeg om te vliegen?” Och, een ramp was het niet, vond ik. “Wat lucht die er uit moet..,” zei ik terwijl ik een zure oprisping verwerkte. “Ik drink straks wel

 

 

Mike, mijn captain, diende in zijn laatste jaar als actief vlieger. Aan zijn uiterlijk zou je dat niet zeggen: Mike oogt sportief, beweegt energiek en heeft ondanks zijn leeftijd geen buikje. Bovendien is hij in het bezit van een weelderige zwarte bos krullend haar die de aandacht van vrouwen vaak net iets langer vasthoudt dan normaal. Tel daar bij op: een vriendelijk gezicht, regelmatige trekken en een bek vol witte tanden en je hebt een steekhoudende verklaring voor zijn zelfbewuste houding. “Binnenkort zit je achterin Mike,” herinnerde ik hem aan zijn aanstaande pensionering. “Jij bent straks overgeleverd aan de grillen van jongens zoals ik...” “Het apenzuur voor jou, Patrick,” grinnikte hij, “ik heb niet voor niets dertig jaar lang mijn gazonnetje vertroeteld. En mijn Schotse Falkland rozen geuren oneindig veel fijner dan die smerige kerosine, ‘t is mooi geweest.”

 

Fit?

Mike en ik hadden de hele wereld rondgevlogen met onze grote witte Jumbo. Het laatste ‘been’ lag nog voor ons: Washington – Londen. Daarna zat onze tour of duty er op. De enige handicap op deze reis was de autopilot die was onbetrouwbaar gebleken. Als je even niet oplette, zette de kist automatisch een flauwe linker bocht in die al snel opliep tot een koersafwijking van tien graden. Heel vervelend maar tijd om het instrument te laten bijstellen was er niet. Desondanks voelden we ons thuis in onze wat bejaarde machine, vertrouwd als in een oude jas. Het was half acht ‘s avonds. We stonden aan de meteo-balie op Dulles International. Mike onderhield zich met de met officer. En ik had een knagend, opgeblazen gevoel in de maagstreek. De avond tevoren had ik in Washington inktvis gegeten. “Mike, ik voel me niet jofel; mijn maag.. die inktvis van gisteren, het is alsof ie met zijn tengels mijn maag kneedt..” “Oh..?” Mike nam mijn opmerking meteen heel serieus. “Wat denk je Pat, ben je fit genoeg om te vliegen?” Och, een ramp was het niet, vond ik. “Wat lucht die er uit moet..,” zei ik terwijl ik een zure oprisping verwerkte. “Ik drink straks wel wat mineraalwater...”

 

Een enkeltje.

Passagiers stapten in, de starttijd naderde, uitstel was wat mij betreft geen optie. “Het gaat wel.., echt!” Het was een routinevlucht, de klachten zouden wel over gaan. Mike was niet helemaal overtuigd. “Je ziet er anders uit als een dooie. Weet je zeker dat je kunt vliegen? Moeten we niet even een dokter raadplegen?” Hij overwoog om advies te vragen aan onze company. “Verstandig zou zijn als ik een vervanger voor jou regel.” “Ach wat,” wierp ik tegen, “de passagiers zijn al ge-board, het is maar een wipje, Londen...” “Je komt er anders wèl op een mooi moment mee,” mopperde Mike. “In Londen worden ze natuurlijk chagrijnig als ik bel, het is daar midden in de nacht. Moet ik zeggen dat jij niet fit to fly bent? En dan? Wat zeg ik tegen de passagiers? Dat pas over enkele uren een geschikte copiloot kan komen?” Mike besluit London niet te bellen. “Het is maar een enkeltje,” versterkte ik zijn besluit, “laten we gaan.”

 

Inktvis slaat toe.

Op weg naar de startbaan, begon mijn inktvis zich te roeren. “Mike, sorry maat, ik trek het even niet. Doe je de take off zonder mij?” Later, terwijl we de zes kilometer passeerden en ik twee flesjes mineraalwater had gedronken zonder dat dit opluchtte, werd de pijn heviger. Mike had het druk met de kist vanwege de onbetrouwbare autopilot. “Misschien tóch anders moeten beslissen.. maar wát... al die passagiers...” hoorde ik Mike mompelen. We naderden Londen. De ene pijngolf na de andere vlijmde door mijn lijf. Ik transpireerde als een otter en was niet in staat tot enige serieuze bijdrage. Ik gespte me los en wankelde naar het toilet. Ik stak mijn vingers in mijn keel, zonder het beoogde resultaat, geen opluchting. Als een natte vaatdoek hing ik even later weer in mijn stoel.

 

Knock out.

Het weer verslechterde. De lichte regen veranderde in dichte mist. Een handmatige nadering met een Jumbo vraagt in zo’n geval om uiterste concentratie en Mike was al vermoeid door het urenlang solo, op de hand vliegen. Dichtbij de grond, was het zicht nul. Vol gas maakte Mike een doorstart. Hij checkte ten overvloede nóg een keer secuur zijn instrumenten en begon aan de tweede poging. Vlak vóór de landing, verbeterde het grondzicht door een windvlaag. Zichtbaar opgelucht zette Mike het toestel neer. Hij, doodmoe, het zweet van zijn voorhoofd wissend en ik, lijkbleek, ziek, zwak en misselijk, reden we naar de pier. “Sorry Mike,” zei ik terwijl tranen van ellende over mijn wangen rolden. “Sorry dat je niks aan mij had,” zei ik zachtjes. ”Ik had niet moeten instappen, só sorry!” “Patrick, we wilden allebei naar huis. Het is mijn verantwoordelijkheid, so shut up.” Méér dan tien jaar hadden we samen gevlogen: seen it all, done it all.

 

Visite.

Tijdens het afwerken van de after landing procedures stak de purser zijn hoofd om de deur: “We krijgen visite...” “Wat gebeurt er, Henry?” “Geen idee; de marechaussee, ze willen aan boord...” “Komt niets van in. Zeg maar dat ze nú niet welkom zijn, ik ben tenslotte de baas hier. Morgenmiddag ben ik weer beschikbaar...” Maar Henry werd kalm maar gedecideerd opzij geschoven. Onze cockpit vulde zich met marechaussees. “Heren!” zei Mike op scherpe toon. “Wat is de bedoeling; wilt u alstublieft mijn toestel verlaten? Ik ben nog aan het werk. Daarna zit mijn dienst er op en ga ik naar huis. Ik kan u morgen te woord staan...!” Maar hoeveel gezag Mike ook in zijn woorden legde, de mannen waren niet onder de indruk. Beleefd en correct introduceerden zij zichzelf en maakten het doel van hun aanwezigheid bekend. Vervolgens noteerden zij wat ze aantroffen: een kennelijk dodelijk vermoeide captain, naast een lijkbleke copiloot die zich maar nauwelijks goed kon houden. Maar wat was de paniek? Nog geen tien minuten na stilstand stonden ze al aan boord? Zoiets had ik in mijn jarenlange ervaring nog niet meegemaakt. Het leek wel een overval! En waarom had de toren niets over hun komst gezegd?

 

Net gemist.

De feiten werden al snel duidelijk en daarmee leek Mikes lot bezegeld. Bij de eerste landingspoging had Mike geen grondzicht. In zijn drang om te landen, zakte hij verder dan volgens de procedure is toegestaan. Hij realiseerde zich dat en trok op tijd de neus van het toestel op. Was het niet zo mistig geweest, dan had hij kunnen zien dat we, met alle motoren vol vermogen, op slechts enkele meters over het dak van een nabijgelegen hotel bulderden. Die doorstart blies hele stukken dakbedekking de straat op. De gasten van het hotel waren zich dood geschrokken, de meesten waren in nachtkleding naar buiten gerend. Bij toeval werd niemand geraakt.

 

Kanjer.

Voor mij is en blijft Mike een ace, ondanks dit voorval! Wij vlogen méér dan tien jaar samen, onder allerlei omstandigheden. We hebben véél gezien, véél meegemaakt. Mike is een ‘natural’, een geboren vlieger. Ik heb altijd het grootste respect voor hem gehad, voor zijn toewijding, zijn loyaliteit. We zijn méér dan collega’s, vrienden. Ik kan blindelings van hem op aan en wist zeker dat ook deze vlucht goed zou verlopen, ondanks de handicap van mijn aanwezigheid. Ook deze netelige klus had hij goed afgerond.

 

Doodklap.

Onze werkgever zag dat anders. Mike werd onmiddellijk en hangende verder onderzoek uit zijn functie gezet. Dat hij er alléén voor had gestaan, dat hij de reis tot een goed einde had gebracht: niets mee te maken! Zijn uitstekende staat van dienst, zijn grote verdiensten voor de company: het telde allemaal niet. Mike werd op straat gezet. Vooral het totale gebrek aan begrip en loyaliteit van “de baas”, dáár had Mike grote moeite mee, het knakte mijn moedige captain. De Engelse Rijksluchtvaartdienst ging nog verder. Zij ontnam hem permanent zijn bevoegdheid om te vliegen. Het was de totale ontluistering voor Mike, zo vlak voor zijn pensionering. Toen kwam de mokerslag, in de vorm van een brief van het Openbaar Ministerie. De overheid stelde hem in staat van beschuldiging: poging tot doodslag op de passagiers en op burgers op de grond. Gerechtelijke vervolging met het vooruitzicht op een maximum van tien jaar gevangenisstraf! Zijn tuin, met het perfect onderhouden gazon en de Schotse rozen waar hij zo van hield, zou hij heel lang moeten missen.

 

Laatste vlucht.

Toen de beschuldiging van de overheid tot hem doordrong, wandelde hij langzaam door zijn grote hobby en uit de diepte van zijn ziel welde een intense droefheid op. In een flits zag hij zichzelf als zestienjarige jongen bij de air cadets, zijn eerste lessen in de Chipmunk, zijn jaren bij de R.A.F. Beelden van een half mensenleven in de burgerluchtvaart vloeiden over in herinneringen aan zijn huwelijk met Claire, zijn twee kinderen... Met een snik opende hij het hek dat zijn tuin scheidde van het over de krijtrotsen meanderende wandelpad. Terwijl hij uitzag over een wazige Noordzee vulden zijn ogen zich met tranen en stapte hij de diepte in.

 

SLUIT BROWSER

©LeTigre b.v. All Rights Reserved - Nuyten Communicatie - Webdesign Holland