SLUIT BROWSER

 

Op grote hoogte ging het mis

De hoffelijke Engelse luchtverkeersleiding zette ons over. “Bye bye, see you later miss...” Mijn volgens voorschrift perfect gelakte nagel zweefde boven de radioschakelaar voor de Schotse frequentie toen een keiharde fluittoon mij in mijn stoel deed verstijven. Op het instrumentenpaneel flitste een rode lamp, een sirene loeide. Brand! Mijn Airbus, in brànd...!” Er was rook en het stonk naar verbrand plastic. De captain wees naar een plek achter mij: “handboek Sheila, gally fire.” Nog voor ik het hoofdstuk “keuken in de fik” vond, snerpte weer het signaal: “Fire warning…”

 

“Jouw kist Sheila, pa gaat even onderuit.” Op dat punt, hoog boven de Noordzee, uitte gezagvoerder Dick Verbeek, zestiger met het bezadigde uiterlijk van een opa die ‘s zondags de kleinkinderen laat paardjerijden op zijn knie, zijn standaard gezegde. Tegenover mij was hij altijd charmant, geïnteresseerd en respectvol, het tegenovergestelde van de jongere garde charmeurs die elke verovering in hun agenda aankruisen. Met een: “My controls!” nam ik de stuurknuppel. Ik ging alert rechtop zitten. Spoedig was ik als enige wakker vóór in dit grote vliegtuig. Mijn ogen gleden over de instrumenten, intens tevreden, in een Airbus 330 met bestemming Mexico City.

 

Van vluchten naar vliegen.

H é l e m a a l “on top” was ik. Vers van de pers. Getraind en dóórgetraind tot mijn instructeurs in de simulator geen enkel geintje meer konden verzinnen om mij op het verkeerde been te zetten. Ik kon de vlucht in gedachten afspelen als een videoclip. “Fly as you train; train as you fly.” Alle denkbare draaiboeken kon ik mij feilloos voor de geest halen. Rustig klommen we door op de auto-pilot. Niets te doen dan de voortgang te monitoren. Niet slecht, vond ik, voor een meid van amper dertig die nog maar acht jaar geleden op het nippertje aan de Servische slachters had weten te ontkomen en in Nederland een nieuw bestaan had opgebouwd. Met drie baantjes, vaak zestien uur per dag, zeven dagen in de week, zò had ik mijn peperdure vliegopleiding kunnen betalen. Geen tijd voor mannen. De enige die ik ooit had liefgehad, was achtergebleven en had het niet gered. Zijn kleine foto koester ik, zijn nagedachtenis heeft mij door heel wat moeilijke momenten heen gesleept. “Mirco..” fluisterde ik.

 

Alarm.

De hoffelijke Engelse verkeersleiding zette ons over. We naderden acht kilometer hoogte. “Bye bye, see you later miss...” Mijn volgens voorschrift perfect gelakte nagel zweefde boven de radioschakelaar voor de frequentie van de Schotse verkeersleiding toen een keiharde fluittoon mij in mijn stoel deed verstijven. Op het instrumentenpaneel flitste een rode lamp, een sirene loeide. Brand! Mijn Airbus, in brànd...!” “What the hell..?!” Dick schoot overeind, hij haalde uit naar de sirene. “Af dat ding.” De cabinedeur zwaaide open. Marijke, onze hoofdstewardess: “brand in de gally.” Het alarm ging uit. “Wat is er gebeurd?” herhaalde Dick. “Er was rook en het stonk naar verbrand plastic. Maar het is intussen geblust,” zei Marijke achterom kijkend. Het alarm bleef uit. “Kijk nog even héél goed en laat me weten hoe het erbij staat.” Het bleef stil. Dick wees naar een plek achter mij: “handboek Sheila, gally fire.” Nog voor ik het hoofdstuk “keuken in de fik” vond, snerpte weer het signaal: “Fire warning.” Vreemd, het verdween ook weer net zo snel. “Gevonden?” vroeg Dick enigszins gespannen. Ik bladerde sneller. Marijke: “alles lijkt onder controle. Geen idee wàt het is of was.” ’‘Houd de zaak in de gaten,” commandeerde Dick. Ik hield het handboek omhoog: “gevonden..” “Volg de instructie op Sheila. Sluit alles af wat kan.” En even later: “Dit is mij toch te link. We gaan terug naar Schiphol. Eventueel wijken we uit naar een Engels vliegveld.”

 

Dumpen.

Brand hoog in de lucht in een vliegtuig vòl brandstof: de totale nachtmerrie. Dick nam contact op met de Engelse verkeersleiding die we net achter ons hadden gelaten. Ze zouden ons nauwlettend in de gaten houden en wijzigden onze bestemming van Mexico City in Schiphol. “Als we straks met deze overvolle kist landen, gaat ie geheid door z’n poten,” stelde Dick vast. “De peut moet eruit. Eens?” Ik knikte, zocht in het handboek de procedure om brandstof te dumpen. “Dick, we hebben nog bijna honderd ton kerosine, we zitten zò weer boven de Noordzee en even later weer boven Nederland…” “Lozen Sheila, we moeten minstens de helft kwijt. Kijk wat het handboek zegt over het maximaal toegestane landingsgewicht.” De Hollandse kust. Spanning. Weliswaar hadden we de zaak onder controle, maar toch; elk moment kon opnieuw het alarm af gaan. Dick wees naar de brandstofmeters. “Het schiet niet op, Sheila. Het is alsof de afvoer verstopt zit, het lijkt het gootsteenputje thuis wel!”

 

Schrikbeeld.

De brandstofmeters toonden nauwelijks verandering. “We blijven lozen en gaan tegelijk dóór met onze nadering. Sluit pas op het allerlaatste moment de dumping af. In heel wat tuintjes stinkt de witte was straks naar petroleum. Vervelend, maar helaas. Ik alarmeer Schiphol…” "Bij zo’n alarmmelding staat een uitgebreid ontvangstcommittee gereed. De brandweer rukt massaal uit. Langs de baan: ambulances en crash tenders. Vluchten worden omgeleid, naderende vliegtuigen in een “holding,” een patroon van rondjes vliegen, gezet. De rekening loopt razendsnel op. Wat zal de maatschappij van ons besluit zeggen? Ze zullen niet blij zijn, zòveel is zeker. Hoe loopt dit af, met zòveel overgewicht? Wat als we door ons landingsgestel gaan, we zijn véél te zwaar. Ik zag het voor me: op onze buik met loeiende motoren over het beton, één vuurzee, mensen volledig in paniek die door de hel naar buiten moeten. Met kracht zette ik die nachtmerrie van me af. Niet nù! Dènk na! Wat gaat er mis? Waarom raken we die brandstof niet sneller kwijt?"

 

Grote truc.

Beelden uit de donkere simulator drongen zich aan me op. Automatisch, als gevolg van de talloze uren training, dreunde ik de instructies op die bij de situatie horen. “Dumpen!” hoorde ik mezelf zeggen. "Declare emergency... Stel de nadering uit tot het gewicht aan brandstof teruggelopen is tot het max. landingsgewicht..." In gedachten liep ik het rijtje af... Toen, als een lichtflits, drong het tot mij door! De simulator-instructeur! Dìe ging natuurlijk geen uren zitten wachten tot zogenaamd de brandstof was geloosd, zoals dat in de realiteit gebeurt..! Nee..! Hij zette na hoogstens een halve minuut wachten het computer-programma van de flight simulator vóóruit in de tijd! "Zò..! Twee uur verder, peut geloosd! Land de kist maar Sheila. De koffiepot pruttelt..."

 

Perceptie vs. realiteit.

Alsof ik wakker schrok uit een droom! “Dick! Wij denken, of wij hebben het gevoel, dat dumpen in een paar minuten gebeurd moet zijn! Net als in de training! Maar het duurt in de praktijk natuurlijk veel langer! In de simulator gaan ze zo lang niet zitten wachten en zetten ze de procedure vóóruit! Onze hersenen spelen een spelletje met ons gevoel voor de tijd die het dumpen duurt...” Die uitdrukking op Dick's gezicht...ongeloof, inzicht, opluchting! “Roep Schiphol, we gaan terug naar zee en blijven hangen tot we genoeg gewicht kwijt zijn.” Geleidelijk liepen de brandstofmeters terug. We bereikten het maximum landingsgewicht. “Stop dumping, Sheila en prepare for landing.” Nooit eerder heb ik Dick zo vriendelijk gehoord. Marijke opende de cabinedeur. In de passagiersruimte was het stil. Een sfeer van algehele teleurstelling overheerste. Een taco in de Mexicaanse zon zou hoogstens een patatje mèt worden, in een grijs en druipend Amsterdam.

SLUIT BROWSER

©LeTigre b.v. All Rights Reserved - Nuyten Communicatie - Webdesign Holland