SLUIT BROWSER

 

Als onverwacht de angst toeslaat.

Versteend in haar blauwe uniform, op haar zitje in het keukentje. Volstrekt stil, haar helder blauwe ogen wijd opengesperd, haar twee blonde staartjes bewegingloos. Ik Schrok. Cindy was mijn favoriete stewardess, een schatje, type “ontzettend lekker ding...” Voor wie dit een ongepaste, vrouwonvriendelijke uitlating vindt: we waren allebei de jongste in onze teams en hé...! ik ben tenslotte ook maar een vent....

 

Uitgeschakeld.

We waren geland in Rio na een vreselijke reis. Ik had als copiloot de landing zullen doen, maar de captain had het overgenomen, zo beroerd was het eind van de vlucht geweest. Beestachtig weer, onrustige passagiers, iedereen versleten. Een paar mensen dromden bij het keukentje, keken even schuw naar binnen. Samen met een stewardess stond ik over Cindy gebogen.

 

Gedoe.

Zondagavond-laat waren we vertrokken van Schiphol. Volle bak. Meteen al gedoe! De straalmotor voor de elektriciteitvoorziening werkte niet. Monteurs erbij. Uren later vertrokken we. Bijna driehonderd mensen zoet houden: “leuke” taak voor ons cabinepersoneel, waaronder kersverse stewardess Cindy. Nauwelijks onderweg, ergens boven Engeland, begeeft dat dynamo-ding het opnieuw. Deze keer ging het ongemak gepaard met een brandalarm. Terug naar huis. Vervangende kist. Honderden passagiers er uit- en weer erin. Klaarmaken, regelen, start up checks, haast. Eer we vertrokken werd het weer licht. Het cabinepersoneel werkte zich drie slagen in de rondte. Iedereen doodop en de reis moest nog beginnen. Dertien uur naar Rio.

 

We dansen de samba.

Terwijl we onze bestemming naderden, verslechterde het weer. Dwars door angstaanjagende, gitzwarte wolken stuiterend, begeleid door helse donderslagen en bliksemflitsen zetten we de daling in. We overwogen serieus om uit te wijken naar het 124 km noordelijker gelegen Cabo Frio. Formeel was dat de procedure maar eerlijk gezegd konden we het niet opbrengen. We waren gesloopt en wilden maar één ding: vaste grond onder onze voeten. Maar we slingerden door de turbulentie heen en weer en kregen de baan niet in zicht. Iets ging ergens behoorlijk mis. We klommen en probeerden het opnieuw. Ook de tweede nadering leek nergens op. We werden alle kanten opgegooid. We waren aan het einde van ons latijn maar we persten dóór. Met een lelijke klap dreunden we tenslotte op Zuid-Amerikaanse bodem. Eindelijk! “We zijn er mensen,” kon ik nog uitbrengen door de intercom. We zetten alles af en hingen als natte dweilen in onze stoel.

 

Shocking.

Kristien, de hoofdstewardess, zo’n type dat me doet denken aan vrijgezelle tantes die je de dansvloer optrekken, opende onverwacht de cockpitdeur. Ondanks haar klassieke, wat slecht zittend mantelpak en de dikke lagen make-up op haar gezicht, overduidelijk dodelijk vermoeid: ‘Cindy... er is iets ergs...! ze...’ meer kwam er niet. Ik strompelde achter haar aan langs dodelijk vermoeide passagiers naar het keukentje achterin het toestel. ‘Ze beweegt niet meer.” In de pantry zat een “bevroren” Cindy. Totaal verstijfd, doodsbleek, ogen levenloos. Zag ik haar ademhalen? Ik boog me naar haar toe. Met mijn oor tegen haar neus, pikte ik een zwak suizend geluidje op. Ik legde mijn vinger in haar hals: klop...klop! ‘Cindy...’ Geen reactie. Ik bewoog mijn hand voor haar ogen heen en weer. Even was er iets van beweging. ‘Ze is er nog. Bet haar gezicht met koud water.’ Ik liet haar over aan de zorgen van Kristien en wrong me, tussen de passagiers die het vliegtuig begonnen te verlaten door naar de cockpit. Geen applaus deze keer, vijandige stilte...

 

Woede.

Voorin werkte de door de wol geverfde captain nu in zijn eentje de procedures af. Hij keek me vragend aan. ‘‘Cindy, die jongste, een soort shock denk ik.’ ‘Ambulance? Levensgevaar?’ ‘Ik durf wel te wachten,’ zei ik. “Heb je me hier nodig? Anders ga ik terug.’ De captain knikte. Ik liet hem alleen met zijn check lists. Tussen de chaos in de cabine schuifelde ik terug naar het keukentje. De passagiers waren er niet best aan toe. Ik voelde hun ingehouden woede. Begrijpelijk. Die mensen hadden het zwaar gehad. Ik vermeed interacties, op weg naar de pantry bleef ik naar de grond kijken.

 

Ambulance?

Kristien zat op haar knieën naast Cindy. ‘Bel NU een ambulance,” commandeerde ze, “we kunnen niet langer afwachten. Ik wist wel dat ze het niet zou gaan trekken.’ Ik negeerde die laatste opmerking, focuste op Cindy. Zag ik haar oogleden trillen? Maar haar spierwitte handen klemden nog steeds de armsteunen vast. ‘Bellen!’ herhaalde Kristien, ‘waar wacht je op?’ ‘Nog even niet! Je hebt geen idee wat je overhoop haalt...’ Ik zag het circus al voor me. Wachten op de medics, de officials, de lui van het consulaat, de emigratiedienst... “De diensten” zouden het hele vliegtuig willen onderzoeken en ontsmetten. Ik zag de witte mannetjes al komen, maskers op, spuitbussen in de aanslag. Onze kist zou nooit op tijd terug zijn. En Cindy’s carrière was over. ‘Wacht, nog even...” ‘Nee,’ zei Kristien, ‘haar hart, geen tijd te verliezen.’ Het irriteerde me dat ze zo doordramde. Ze overzag natuurlijk niet wat de gevolgen konden zijn, vooral bij loos alarm. ‘Er hangt veel vanaf,’ reageerde ik. ‘je weet niet eens wat er precies aan de hand is.’ ‘Nee, daarom juist, je mag geen risico nemen. Roep ze op!”

 

Wat nù?

Cindy bewoog nog steeds niet. Witte knokkels op de armsteunen, haar mooie gezichtje een masker. Ik ging op mijn hurken naast haar stoeltje zitten en probeerde tevergeefs haar hand los te maken. Opnieuw luisterde ik naar Cindy’s ademhaling. Die was nu goed hoorbaar. Voorzichtig nam ik haar hoofd in mijn handen. “Rustig maar Cindy... er is niks mis... alles is okay... hoor je me...?” Ik merkte dat ik haar hoofd iets kon draaien. Haar ogen bewogen, een glimp van herkenning. Plotseling kwam er beweging in haar borstkas. Een intens diepe zucht. Cindy kwam bij. Haar handen ontspanden. Ze bewoog! Ze ademde diep. ‘Naar huis. Ik wil naar huis,’ huilde ze zachtjes.

 

SLUIT BROWSER

©LeTigre b.v. All Rights Reserved - Nuyten Communicatie - Webdesign Holland