SLUIT BROWSER

 

Captain's solovlucht!

Een lijnvlucht London-Southend - Spanje. Op zo’n drie kilometer hoogte gespte gezagvoerder Desmond zijn riemen los. Met een vette knipoog en een: “It’s all yours, ik stap hier uit…” kreeg ik de verantwoordelijkheid over onze BEA 146, twee stewards, twee airhostesses en honderdtweëentwintig vakantiegangers. Ik voelde mij groeien, het was mijn eerste maand als copiloot bij de maatschappij en die verantwoordelijkheid voel je. Desmonds grapje typeerde de ontspannen sfeer aan boord. Op het moment dat ik zijn opmerking wilde pareren met: “Oké, pas op het afstapje,” klonk een oorverdovende knal. Ik schrok me kapot.

 

Geen lucht.

Dikke witte rook vulde de cockpit. Een wervelwind zwiepte checklists, enroutekaarten en beladingspapieren door de stuurhut. “Een bom!” schoot het door mij heen. Maar we vlogen nog en ik kon nog denken. De rook trok vervolgens snel weg. Het werd bitterkoud. Ik keek om mij heen en geloofde mijn ogen niet. Aan de linkerkant was het voorste cockpitraam verdwenen. Vóór ik besefte wat er gebeurde, werd captain Desmond uit zijn stoel gerukt. Met zijn armen omhoog schoot hij het gat in. Tegelijkertijd werd het stuur haast uit mijn handen gerukt en dook het toestel. Desmond, deels buiten de cockpit, haakte met zijn voeten achter de stuurkolom die hij zodoende maximaal naar voren drukte. Dat was op dát moment zijn redding, hoewel: rédding? We vlogen met een rotvaart richting aarde.

 

Paniek.

Achter mij, in de cabine brak de pleuris uit. Gek genoeg registreerde ik het allemaal heel afstandelijk, als in een vertraagde film. Ik reageerde alsof ik een moeilijke manoeuvre in de linktrainer moest uitvoeren. Ik handelde routinematig, instinctief. Nu ik er aan terugdenk, had het eerder iets van kadaverdiscipline als gevolg van de honderden uren training, dan van koelbloedigheid of dapperheid. Ik realiseerde me dat ik onmiddellijk snelheid moest minderen, het toestel uit zijn duik halen, maar mijn linkerhand tastte tevergeefs naar de motorhendels! Ik keek opzij en toen pas zag ik dat ook de cabinedeur was losgerukt en nu vast zat tussen onze stoelen. Ik begreep dat dit door de plotselinge, enorme drukverlaging moest zijn gekomen. Vol gas, captain half buitenboord, stuurkolom in de voorste stand, motorhendels geblokkeerd, stormden we op de aarde af. Mijn adem stokte.

 

Assistentie.

David, purser op deze vlucht, drong de cockpit binnen, sloeg zijn hand voor zijn mond. “Oh, mijn god, Des…” bracht hij uit. Hij overzag de waanzinnige toestand en worstelde zich zo snel als hij kon naar voren. Hij gespte zich vast in de lege stoel en terwijl de tranen over zijn wangen stroomden, sloeg hij zijn armen met een bijna liefdevol gebaar om de benen van onze gezagvoerder. Enkele seconden later volgde Daniel, zijn assistent, gezicht in alarmfase drie. Ik gebaarde dringend naar de deur die de motorhendels bedekte. Ik kon het toestel in elk geval recht houden, meer niet. Zou ik een flauwe bocht inzetten? Mijn voetenstuur wérkte… De motoren gierden krankzinnig. Passagiers gilden in doodsnood. Het pandemonium was compleet. Dit moest niet te lang gaan duren.

 

Hou vast!

Alsof het een persoonlijke vete betrof, rukte en trok Daniel met al zijn kracht, beukte met zijn voeten op de deur. Met een schok kantelde het paneel waarna hij hem vrij gemakkelijk met een paar wrikkende bewegingen van zijn plaats haalde. De bediening van onze motoren was vrij. Alsof het om een oefenvlucht ging, zo beheerst nam ik gas terug. David schreeuwde: “Help! Ik houd hem niet langer. Help dan toch, anders móet ik hem los laten...” Huilend, met een van pijn vertrokken gezicht, in een bijna onmogelijke positie staande, klemde hij zijn armen om de benen van de captain. “Om de gódverdomme niet! Vasthouden!” riep ik. “Daniel help hem; die voeten! Maak die voeten los...! Anders kunnen we het allemaal vergeten...

 

Met 850 km. per uur richting aarde.

Daniel wurmde zich langs de linkerstoel en probeerde de voeten van de captain los te maken. Geen schijn van kans, ze zaten klem. Intussen snikte David, wanhopig: “schiet alsjeblieft op...” Ik gebaarde naar mijn stuur: “Daniel, let op!” en ik gaf een ruk waardoor de linker kolom iets speling kreeg, genoeg voor Daniel om tegelijkertijd de voeten van de captain te bevrijden. Tevergeefs! Desmond bleef vast zitten. “Nóg eens...! Daniel, tegelijk..!!” Weer een hijs aan de knuppel en een ruk aan de voeten die inmiddels bont en blauw moeten zijn geweest. Vrij! Wow! Geen seconde te vroeg, we doken nu al minuten lang. Beneden mij zag ik het verkeer op de snelweg met angstaanjagende snelheid groter worden…

 

Dodelijk.

Goed, dat scheelde weinig, maar ik was de situatie meester. Het toestel luisterde weer naar me. Uiterlijk kalm trok ik het stuur naar mij toe en haalde het toestel uit zijn duik. Ik greep de microfoon en vertelde de mensen in de cabine dat alles onder controle was en we naar Southend terugvlogen. De captain naar binnen halen, ging niet. Nu zijn voeten vrij waren, hadden de twee stewards de grootste moeite om hem met zijn tweeën vast te houden. Voor de captain bleef de situatie hachelijk. Als hij maar even werd losgelaten zou hij helemaal naar buiten schieten. De kans dat hij dan in een motor terecht zou komen was levensgroot. We zouden alsnog verongelukken. Voor hém zou het uiteraard allemaal niets meer uitmaken... Ik riep Air Traffic Control op en vroeg een emergency landing aan. Buiten hing Desmond. Bewusteloos? Dood? Zijn vreselijk vervormde gezicht zat tegen het zijraam geperst, ogen opengesperd, bloed uit neus en oren. Zijn armen roffelden op de romp. Dood, ongetwijfeld. Een windsnelheid van honderden kilometers per uur, een temperatuur van min zeventig en minutenlang veel te weinig zuurstof: dat overleeft geen mens. Zo langzaam als ik durfde vliegen, zette ik de landing in.

 

Rokend rubber.

“Hij zakt!” riep Daniel. “Hou de snelheid erin, anders breken zijn benen...” Met een te hoge snelheid passeerde ik de landingslichten. De kunst was nú om op het juiste moment gas terug te nemen. Te vroeg en we zouden tegen de baan klappen en daarmee de captain de genadeslag geven. Te laat en we zouden aan het eind van de baan door de hekken knallen. Motoren in full reverse, met allebei de voeten op de remmen en rokende banden bracht ik het toestel net binnen de beschikbare baanlengte tot stilstand. Het ontvangstcommité stond met alle hands aangetreden: brandweer, crash tenders, ambulances, marechaussee, the works. Wat een eer! Desmond hing levenloos naar beneden. Eindelijk konden David en Daniel hem loslaten. Met de grootste voorzichtigheid werd hij uit zijn onmogelijke positie bevrijd en afgevoerd. Ongelooflijk maar waar: Desmond overleefde het avontuur. En wonder boven wonder herstelde hij volledig van zijn marteling! Sterker nog: hij vliegt weer. Ik kan het weten, ik ben zijn co-pilot.

SLUIT BROWSER

©LeTigre b.v. All Rights Reserved - Nuyten Communicatie - Webdesign Holland