SLUIT BROWSER

 

Als schijn de werkelijkheid over neemt.

Angst? Nee. Doodsangst! Onzin natuurlijk, maar ik had het, verdorie, claustrofobie. Altijd gehad, zo opgesloten en overgeleverd aan de goden van het noodlot. Maar goed, eindelijk had ik met de moed der wanhoop dan tòch de trip van m'n leven ondernomen en zonder kleerscheuren achter de rug. Rome! Nu terug...!

 

In de greep van de angst.

Met een hoofd nog vol fantastische beelden liet ik me met een vaag gevoel van onrust achterover vallen in de stoel in de DC9, helemaal voorin, opgevouwen naast het raampje. Over een kleine twee uurtjes zou ik weer uit de kreukels komen. Makkie, dacht ik... Met het versnellen van het vliegtuig op de startbaan versnelde ook mijn hartslag. Ik zag de grond onder me wegzinken tegelijkertijd leek mijn maag naar de bodem te zakken. Niet aanstellen! Ontspan je.,. langzaam en diep ademhalen... Na verloop van tijd kreeg ik mezelf weer een beetje onder controle. En toen, ergens halverwege denk ik, ging het mis. De motoren sloegen af. Het werd stil. Tegelijkertijd begon ons toestel te zakken. Als versteend keek ik uit m'n raampje. De Alpen kwamen snel dichterbij. Godallemachtig... Niet wéér een suicidale piloot?

 

Niemand merkte iets.

Niemand om me heen had het in de gaten, zag ik. Zelfs de stewardess niet. 'Miss, we gaan naar beneden... de bergen...' De jonge vrouw keek me vriendelijk aan. 'Maakt u zich geen zorgen, er is niets aan de hand. Wilt u misschien een glaasje water?' Niks aan de hand? Niks aan... we gaan godverdomme naar de kloten... “We storten neer...! De bergen in! We gaan dòòd, godallemachtig...' Mijn stem sloeg over, een scherpe, zure golf kwam in mijn mond. Om mij heen keken mensen verbaasd, geschrokken, van mij naar de stewardess. Een man stond op. 'Wilt u alstublieft gaan zitten meneer,' zei ze vriendelijk en met gezag. 'Er is niets aan de hand.”

 

Niets aan de hand?

Ik stond ook op: 'De piloot, kijk bij de piloot!'. Ik begon wild over mijn buurvrouw heen te klauteren. 'Ik wil niet dood...!' riep ik. De stewardess probeerde me tegen te houden, maar no way. De angst maakte ongekende krachten in me los. De deur naar de cockpit was niet op slot, ik schoof hem opzij. De stewardess hield me aan mijn arm terug. Ik zag de rechter piloot snel aan een apparaat draaien. 'Kijk dan,' riep ik, 'kijk dan zelf!' De stewardess wrong zich langs mij heen de cockpit in. Het werd worstelen. Ze zei iets tegen die mannen.' U moet nu echt terug naar uw stoel, er is niets bijzonders. Kijkt u zelf maar even.' Ze schoof een stukje terug. De piloot die ik had zien werken keek om. Even duizelde het me, die bergen... 'Komt u maar even, dan leg ik het uit' zei de tweede piloot.

 

In de cockpit.

 'Het mag eigenlijk niet, maar...' Hij wees naar een klein klapstoeltje aan de wand van de cockpit. Ik voelde me voor gek staan, angst gierde nog steeds door mijn lijf. Tegelijkertijd snapte ik het niet, de rust die van de man uitging... de piloot op de linkerstoel had zelfs zijn armen over elkaar en keek doodgemoedereerd om zich heen. En tòch... ik had de motoren horen stoppen, had de bergen op ons af zien komen, da twist ik zeker. Ik kon nu over de rand van het dashboard heen naar buiten kijken. De Alpen, inderaad, alsof alles stilstond. Wéér werd het licht in m'n hoofd. Snel liet ik me op het zitje zakken. “Ontspan! In vredesnaam word rustig! Haal diep adem... Mijn God... Nog uren opgesloten... machteloosheid... paniek...” Ik voelde me wegzakken in een diepe duisernis.

 

Kleine oorzaak.

“Drinkt u maar wat.” De vriendelijke stem van de stewardess. De piloot zat omgedraaid in zijn stoel: “...het heeft te maken met uw evenwichtsorgaan. Als we stoppen met klimmen, voelt dat alsof de grond onder je wegzakt. Het is een illusie die bij sommige mensen sterk kan aangrijpen...” De stewardess bette mijn slapen met een natte handdoek. En dat ik de motoren niet meer hoorde, kwam door de lengte van het vliegtuig: ik zat helemaal voorin terwijl de motoren achteraan de romp zitten. Toen we stopten met klimmen had de piloot gas terug genomen en de neus van het vliegtuig in de horizontale stand gebracht. Alles bij elkaar had dat bij mij het gevoel opgewekt dat we naar beneden gingen. En tja, dat de Alpen steeds groter waren geworden... dat krijg je als je ernaar toe vliegt...

 

Heelhuids.

Langzaamaan kwam ik bij mijn positieven. Graag was ik voorin gebleven, maar dat was tegen de voorschriften. Terug naar mijn zitplaats aan het raam voelde als een komplete afgang. De opluchting was volmaakt toen ik het “bonk..bonk..bonk..” van de wielen op de landingsbaan hoorde en even later in de Amsterdamse regen naar een taxi liep. “Oetlul,” zei ik tegen mezelf.

SLUIT BROWSER

©LeTigre b.v. All Rights Reserved - Nuyten Communicatie - Webdesign Holland